Menu

Natuur

In de onmiddellijke omgeving van vogel- en habitatrichtlijngebieden die behoren tot het Natura 2000 netwerk gebieden die deel uitmaken van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) of in de omgeving van gebieden die deel uitmaken van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), dient elke vergunningsplichtige activiteit onderworpen te worden aan respectievelijk een passende beoordeling of een (verscherpte) natuurtoets. In deze documenten dient aangetoond te worden dat er geen significante aantasting zal optreden van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden of dat er geen vermijdbare en onherstelbare schade zal optreden ter hoogte van deze gebieden. Hierbij kan de voortoets passende beoordeling meer duidelijkheid geven of een passende beoordeling al dan niet vereist is voor een bepaald project.

Maar ook buiten deze aandachtsgebieden kan het nodig zijn dat een impactstudie uitgevoerd wordt. Zo kan een bepaald gebied belangrijk zijn voor bepaalde dier- of plantensoorten, zonder dat deze gebieden van een Vlaamse of Europese bescherming genieten. Indien een project bepaalde beschermde soorten kan beïnvloeden, kan het vereist zijn dat dit verder onderzocht wordt in een impactstudie, rekening houdend met het voorzorgsprincipe. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de impactstudie gerelateerd aan windmolenprojecten. Ook hier kan een risico-atlas al een eerste indicatie geven of verdere studie nodig is.

De natuurstudies dienen bij de nodige vergunningsaanvragen toegevoegd te worden. Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) kan om advies gevraagd worden en kan bijkomende voorwaarden opleggen om de schade te beperken, compenseren, herstellen of om een aanpassing van de voorziene plannen vragen.

FAQs

04 Passende beoordeling en natuurtoetsen

  • Wanneer dient er een natuurtoets uitgevoerd te worden?

    Een natuurtoets dient uitgevoerd te worden indien een project schade kan toebrengen aan de natuurwaarde in de omgeving van een projectlocatie. Indien een project in of tegen een Natura 2000 gebied gelegen is (vogel- of habitatrichtlijngebied), dient in een passende beoordeling (habitattoets) onderzocht te worden of er negatieve effecten kunnen optreden. Projecten in de buurt van Natura 2000-gebieden kunnen enkel doorgaan indien de natuurlijke kenmerken van het gebied niet aangetast worden. Indien er aanwijzingen zijn dat dit kan gebeuren, dient onderzocht te worden hoe deze effecten gemilderd kunnen worden. Zo moet vermijdbare schade voorkomen worden. Indien alsnog tot uitvoering wordt besloten, dit om dwingende redenen van groot openbaar belang, dienen alle nodige compenserende maatregelen genomen te worden, om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. Een verscherpte natuurtoets dient uitgevoerd te worden indien het project een VEN-gebied kan beïnvloeden.